Een goed gehesen grootzeil ziet er niet alleen mooi uit, je vaart er ook harder door! Maar hoe strak moet je grootzeil eigenlijk gehesen worden?
Hoe ziet een verkeerd gehesen grootzeil eruit?
Als je vaart, wil je dat je zeil geen plooi heeft. Een plooi is een soort van vouw in het zeil waar de wind niet goed langsstroomt.
Grootzeil te strak
Als je zeil te strak staat, dan krijg je een plooi van de halshoek (voor onder op je zeil) naar de tophoek (achter boven op je zeil). Dit ziet er zo uit:

Grootzeil te los
Maar als je zeil te los staat, dan krijg je een plooi van de klauwhoek (voor boven op je zeil) naar de schoothoek (achter onder op je zeil). Dat zie je hier:

Hoe ziet een goed gehesen grootzeil eruit?
Dat ziet er zo uit! Geen plooien, maar een mooi glad zeil waar de wind goed langs kan stromen. Tenzij je in de wind ligt, dan zie je vaak wel een plooi.

Hoe stel ik het grootzeil goed?

Om dit goed te doen heb je twee dingen nodig: je piekeval en je klauwval.
De piekeval is de lijn die van je mast naar midden op je gaffel loopt, in de afbeelding in het rood.
De klauwval is de lijn die van je mast naar de voorkant van je gaffel loopt, waar je klauw zit. In de afbeelding is deze geel gekleurd.
Stap 1: Hijs het Grootzeil
Voor je je grootzeil goed kunt doorzetten/strietsen (sommige groepen noemen dit 'pompen'), moet deze natuurlijk gehesen zijn! Dus hup, zet je gaffel schuin omhoog en hijs het grootzeil met de piekeval en klauwval. Nog niet te strak! Dat komt hierna.
Stap 2: Zet de klauwval door
Terwijl je de piekeval even hebt vastgemaakt op de kikker (of terwijl iemand die even voor je vasthoudt), zet je de klauwval zo strak mogelijk door:
- Doe de klauwval via de achterkant onder de kikker door, en houd hem met één hand vast.
- Met je andere hand pak je de klauwval boven de kikker vast, en trek je de klauwval naar je toe.
- Terwijl je die bovenste hand langzaam loslaat, trek je met je onderste hand de klauwval onder de kikker door.
- Doe stap 2 en 3 een paar keer, tot de klauwval strak staat en niet meer verder doorgezet kan worden.
Stap 3: Zet de piekeval door
Voor de piekeval heb je iets meer subtiliteit nodig dan bij de klauwval. Want als je deze helemaal strak zet, staat je zeil niet goed!
Hijs je piekeval eerst zo strak dat er geen plooi in zit, en zet hem dan iets strakker. Bij weinig wind doe je hem maar een klein beetje strakker, bij veel wind een flink stuk. Er zit dan een lichte plooi in, maar deze verdwijnt tijdens het varen doordat de wind het zeil strak trekt.
Stap 4: Doe de kraanlijn iets losser
De kraanlijn gaat van de top van je mast naar het uiteinde van je giek. Hij is alleen nodig om je giek omhoog te houden tijdens het hijsen en strijken. Tijdens het zeilen drukt die alleen maar in je grootzeil, en dat wil je niet!
Doe hem daarom iets losser: maak hem los, en laat iemand anders de lijn naar de schootring (waar je grootschoot vast zit) trekken. Dat is precies los genoeg dat hij niet in je zeil drukt, maar wel uit de weg blijft.
Vergeet niet om hem weer strakker te doen als je straks je zeilen strijkt!
En verder?
Dit kun je het beste oefenen. Je moet het een paar keer doen om door te krijgen hoe strak je piekeval moet bij elke windkracht.
Wil je dit, en heel veel andere dingen écht goed leren? Kom dan een week zeilen bij Zeilschool Scouting Nederland!
